
Na een zomer vol extremen – van ontspanning tot hittegolven in heel Europa en bosbranden – was de boodschap van Jack van Haperen tijdens de opening van de Cirkelstad-bijeenkomst op 3 september glashelder: de urgentie is groter dan ooit. “We hebben allemaal een steentje bij te dragen.” In een volle zaal
bij Brandpunt Breda werden deelnemers uitgedaagd om verder te kijken dan alleen het hier en nu. Hoe zorgen we ervoor dat gebouwen én gebieden toekomstbestendig zijn, materialen hun waarde behouden en circulariteit in de praktijk écht wordt toegepast?
Twee nieuwe partners werden meteen welkom geheten: Tritium Advies en BVR Groep Roosendaal.
Gemeente Breda trapte af met HNN-evaluaties van projecten zoals Wolfslaar, de Doorstroomvoorziening (SMO) en Pluk’s Speeltuin. Daarbij werd gekeken naar milieu-impact (MPG), materiaalgebruik en waardebehoud. Ook de evaluatie van adaptiviteit, losmaakbaarheid en hergebruikpotentie stonden centraal – precies de rode draad van de bijeenkomst. Niet alleen op gebouwniveau, maar ook in bredere gebiedsontwikkelingen wordt steeds vaker gestuurd op toekomstbestendige stadsontwikkeling.
Als Cirkelstad de Baronie zien we graag dat andere partijen – zoals woningcorporaties – deze lijn volgen. Door gezamenlijk te evalueren volgens Het Nieuwe Normaal ontstaat een gedeeld leerproces én een gelijk speelveld voor circulair bouwen en ontwikkelen.
Jack keek daarna terug op het eerste jaar Cirkelstad de Baronie, en koppelde de deelnemersevaluatie samenvattend terug: “We hebben vooral kennis gedeeld. Voor de komende jaren willen we meer de praktijk én de diepte in.”
Er werd aangegeven dat er behoefte is aan meer thematische bijeenkomsten voor specifieke deelnemers – architecten bijvoorbeeld. Ook kwam naar voren dat bedrijfsbezoeken, zoals eerder dit jaar aan Dycore, erg interessant zijn. Een volgende host heeft zich al gemeld. Daarnaast kwamen de wensen naar voren: een overzicht van regionaal beschikbare materialen ter beschikking stellen, en samen sterker naar buiten treden. Als “De Circulaire Parels van het Zuiden,”.

Daarna gaf Niels Franssen (Brink) ons wederom een update van Het Nieuwe Normaal (HNN): een gedragen standaard en eenduidige taal voor circulair bouwen. Praten we allemaal over hetzelfde? HNN creëert een gelijk speelveld. De leidraden zijn voor iedereen beschikbaar via de HNN-website.
Niels benoemde ook de EPBD IV, de Europese richtlijn die moet leiden tot emissievrije gebouwen in 2050. “Die richt zich vooral op energie. Maar hoe verhoudt zich dat tot materialentransitie? Dat gesprek moeten we blijven voeren.”
Hier is ongetwijfeld het laatste nog niet over gezegd, wij blijven het volgen.
Rogier Wolf van W/E Adviseurs liet zien hoe het adaptief vermogen van gebouwen inzichtelijk wordt gemaakt met de 5 Layers of BRAND. Met behulp van een rekeninstrument kun je al in de ontwerpfase beoordelen hoe flexibel een gebouw later kan worden aangepast. Wel geeft hij duidelijk aan dat het een kwestie van gezond verstand en mensenwerk blijft; per project te beoordelen: “Een goede score op adaptiviteit kan leiden tot een minder gunstige MPG-score – en andersom. Het blijft dus keuzes maken, per project.”
De tools en inzichten zijn relevant voor zowel gebiedsontwikkeling als investeerders: flexibiliteit in gebouwfuncties draagt bij aan veerkrachtige wijken en toekomstbestendige stadsontwikkeling. Een gebouw of gebied dat eenvoudig andere functies kan vervullen, behoudt simpelweg meer waarde. Ontdek hier de rekentool adaptief vermogen.
Ook de losmaakbaarheid van gebouwen is steeds beter meetbaar. Mike van Vliet (Alba Concepts) presenteerde de BCI-tool, die inzicht geeft in de mate waarin materialen eenvoudig te scheiden en opnieuw te gebruiken zijn.
Mike liet zien dat het niet alleen gaat om welk bevestigingsmiddel je gebruikt, maar ook om de toegankelijkheid ervan. Schroeven die zijn weggewerkt achter plamuur zijn praktisch net zo lastig te hergebruiken als gelijmde verbindingen. Theorie en praktijk moeten dus hand in hand gaan. Alba Concepts ontwikkelde ook een eigen tool, waarmee ze exact in kaart kunnen brengen hoe een ontwerp scoort op losmaakbaarheid.
Wil je hier meer over weten? Contact Mike of kijk op de website van Alba Concepts.
In de werkplaatssessie kwamen twee inspirerende voorbeelden voorbij. Reduco, ontstaan uit coöperatie Beyond Wood, maakt 100% biobased gevelpanelen van wilgensnoeihout. Innovatief en zeer hoogwaardig, zonder concessies te doen waar het milieu onder lijdt. “We zoeken ondernemers die lef tonen,” is de boodschap van Wilfried Martens en Patty van Broekhoven. “De angst om geld te verliezen is vaak groter dan de angst voor de toekomst van onze kinderen. Maar we hebben geen tijd om te wachten.” Duidelijke taal. Voel je je geroepen? Neem dan contact op via wilfried@beyondwood.nl.
Daarnaast presenteerde Van Boxtel Engineering hun concept BXI Systeembouw: prefab bouwen met slechts vier elementen – vloer, kolom, gevel- en binnenwand – volledig demontabel en razendsnel te realiseren. Lex Hermens: “Om een beeld te geven: in 3 weken zetten wij een schoolgebouw casco neer. Bovendien scoort hun oplossing goed op de MPG. Maar er zijn ook uitdagingen voor BXI: “het is belangrijk om al vóór de ontwerpfase met opdrachtgevers in gesprek te raken. Want als er eenmaal een ontwerp ligt, is onze aanpak vaak niet meer toepasbaar.”
Een uitnodiging dus: ga eens in gesprek met Lex.
Tijdens de paneldiscussie gingen onder anderen Simon Rombouts (Chainable), Reduco, Van Boxtel en Gemeente Breda met elkaar én het publiek in gesprek.
Een stelling die veel losmaakte: “Is standaardisatie van verbindingen wenselijk of juist een belemmering voor losmaakbaarheid?” Waar de één vreesde dat standaardisatie innovatie beperkt, zagen anderen juist kansen in universele, goed gedocumenteerde verbindingen.
De vraag of opdrachtgevers moeten eisen dat gebouwen en gebieden eenvoudig van functie kunnen veranderen, leidde eveneens tot een levendig debat. De meerderheid vond dat te veel wet- en regelgeving pioniers juist kan belemmeren. Uit het publiek klonk de nuchtere conclusie: “We kunnen niet van vandaag op morgen van 0 naar 100. Laten we keuzes langs de lijn van HNN leggen en reëel blijven over wat nu kan.”
Meer over losmaakbaarheid? Lees hier ook het interview met Simon Rombouts van Chainable.
De middag eindigde informeel: met een drankje, napraten en het voortzetten van discussies die eerder waren gestart. De volgende bijeenkomsten staan al gepland: 19 november (thema ondergrond/kavel, fundering en vloeropbouw), 11 februari (voorlopig) en 13 mei (voorlopig).
Jack vatte de energie van de dag mooi samen: “We staan voor grote uitdagingen, maar ook voor enorme kansen. Dit is het moment om samen de handen uit de mouwen te steken.”
Heeft onze digitale kenniscentrum jouw vraag over circulair ondernemen nog niet beantwoord? Of wil je hulp bij het zetten van concrete stappen? Neem contact op met ons Circulair Ondernemersloket. We nemen binnen 5 dagen contact met je op.