
Hoe krijgt een circulair en biobased gemeenschapshuis vorm? In deze reeks kijken we per artikel mee door de ogen van een betrokken partij. In dit artikel het verhaal van Jeroen Oprins van de gemeente Breda over de voorbeeldrol van de gemeente binnen dit project.
Het eerste artikel gemist? Lees het interview met Willem Hoogkamer van stichting SSKB over het ontstaan van het initiatief.
Bij Pluk’s Speeltuin krijgt het circulair en biobased gemeenschapsgebouw steeds meer vorm. Als eigenaar van de grond in Tuinzigt en opdrachtgever speelt de gemeente Breda een belangrijke rol. Projectmanager Bouwkunde Jeroen Oprins vertelt over circulair materialengebruik, de uitdagingen én kansen van dit project.
Ondanks de winterkou wordt er hard doorgewerkt in de speeltuin. “De fundering en de begane grondvloer zijn inmiddels gestort en ontkist. We maken ons nu op voor het omhoog werken van het gebouw,” zegt Oprins. Aannemer De Kok Bouwgroep is sinds 27 januari bezig met de uitvoering. Vrijwilligers hielpen vooraf met het verwijderen van tegels.
Wat begon als een buurtinitiatief, groeide uit tot een volwaardig project. Stichting SSKB, die Pluk’s Speeltuin beheert, wilde al langer een gemeenschapsgebouw en werkte samen met architecten Nick Matulessy en later Daan Bolier aan een ontwerp dat ze presenteerden aan de gemeente.
“Eerst wilden bewoners het helemaal zelf bouwen met hulp van vrijwilligers en sponsoren,” vertelt Oprins. “Maar als gemeente zijn wij eigenaar van het pand en moeten we het ook beheren. Dat betekent dat we moeten zorgen voor kwaliteit en duurzaamheid op de lange termijn. Daarom kozen we voor een aannemer naast de inzet van wijkbewoners.”
Oprins coördineert het bouwproces namens de gemeente. Hij bewaakt het budget, stemt af met betrokken partijen en ziet toe op de kwaliteit. “Je moet een balans vinden tussen wat technisch en financieel haalbaar is en wat de wijk wil.”
De samenwerking met buurtbewoners, architecten en bouwpartners was cruciaal om het project zo duurzaam mogelijk te maken. “Iedereen draagt vanuit de eigen expertise bij aan circulair en biobased bouwen. Dat past goed bij onze ambitie om als gemeente het goede voorbeeld te geven.”
Die unieke samenwerking maakt dit project volgens Oprins bijzonder. “De architect koos voor zoveel mogelijk herbruikbare materialen, de aannemer zorgt voor de constructie en de wind- en waterdichte oplevering en de afwerking gebeurt door vrijwilligers, zoals schilderwerk en tegelzetten. Zo krijgt de wijk niet alleen een gebouw, maar maken ze het zich ook echt eigen.”
Kozijnen en houten platen komen uit een sloopproject binnen de gemeente. “Dat is uniek, want meestal ben je afhankelijk van wat toevallig beschikbaar is. Ik had toevallig beide projecten in beheer en kon daardoor kijken wat er beschikbaar was en wat we nodig hadden. Dat komt niet vaak voor.”
En juist deze afhankelijkheid maakt circulair bouwen soms lastig te plannen. Een materialenhub, waar herbruikbare onderdelen centraal worden opgeslagen, kan helpen, maar kost ruimte. Bovendien moeten materialen soms lang wachten, omdat er vaak minstens een jaar zit tussen sloop en hergebruik. "Wel maken we gebruik van bedrijven met eigen hubs, maar je blijft afhankelijk van het aanbod op dat moment.”
De financiering kwam grotendeels uit het Volkshuisvestingsfonds, bedoeld voor verduurzaming en gasloos maken van wijken. “Dat Tuinzigt in beeld kwam, was een samenloop van omstandigheden,” zegt Oprins. “Er was een subsidie én er was een goed wijkinitiatief. Dan kun je iets moois realiseren.”
Naast de subsidie van 150.000 euro draagt de gemeente bij met een beheerbudget en worden extra middelen gezocht bij sponsoren. Voor de afwerking worden wijkbewoners gestimuleerd om zoveel mogelijk naar hergebruik te kijken. “Zo kunnen circulaire keukens of sanitair via sloopbedrijven worden verkregen. Dat zorgt niet alleen dat het betaalbaar blijft, maar versterkt ook de samenwerking tussen bedrijven, de gemeente en de wijk."

Een circulair gemeenschapshuis bouwen brengt uitdagingen met zich mee. “We wilden bijvoorbeeld zo min mogelijk beton gebruiken, maar voor de fundering bleek dat lastig. De aannemer moet garanties geven, dus daar moeten we een middenweg in vinden.”
Toch ziet Oprins de bouw vooral als een waardevol leerproces. “Dit project helpt ons ontdekken hoe we circulair bouwen in de praktijk kunnen brengen. Het is meer dan een duurzaam gebouw; het is een plek waar we kennis opdoen en die kennis weer kunnen gebruiken in volgende projecten. Dit wordt een plek voor en door de wijk, waar mensen samenkomen en inspiratie kunnen opdoen over duurzaamheid en circulariteit.”
Het gemeenschapshuis in Tuinzigt wordt hiermee niet alleen een ontmoetingsplek, maar ook een educatief voorbeeldproject. “We willen laten zien dat circulair bouwen haalbaar is en dat verduurzaming niet altijd duur hoeft te zijn. Als gemeente hebben we hierin een aanjaagfunctie.”
Het laat bovendien zien dat een buurtinitiatief met steun van de gemeente en bouwpartners samen iets moois kan opleveren. “Zonder het initiatief vanuit SSKB was dit gebouw er niet gekomen. Dit laat zien hoe belangrijk het is om ideeën uit de wijk serieus te nemen en samen te kijken naar wat mogelijk is.”
Dit was het tweede artikel in een serie over de bouw van het gemeenschapshuis in Pluk’s Speeltuin in Tuinzigt. Elke betrokken partij heeft zijn eigen kijk op het project. Door deze perspectieven te belichten, laten we zien hoe samenwerking en kennisuitwisseling een circulaire toekomst mogelijk maken.
In het volgende artikel bespreken we de rol van architect Daan Bolier binnen het project.

Heeft onze digitale kenniscentrum jouw vraag over circulair ondernemen nog niet beantwoord? Of wil je hulp bij het zetten van concrete stappen? Neem contact op met ons Circulair Ondernemersloket. We nemen binnen 5 dagen contact met je op.